Resultaten studenten


De studentenenquête is in dezelfde periode als de andere enquêtes verspreid met hetzelfde doel: inzicht te krijgen over hoe studenten denken over duurzaamheid en wat er momenteel over gedoceerd wordt. Om de response te verhogen werden er drie ZustainaBoxen verloot onder de respondenten. De response was 5% met n=560 en is het meest ingevuld door studenten van CE, HRM en AMSIB. Op de volgende pagina’s vermelden we de meest in het oog springende resultaten.

De allereerste vraag uit de docenten enquête werd ook gesteld aan de studenten. Ze moesten aangeven of ze de definitie van Brundtland (1987) volledig vinden.

Wat opvalt is dat ca. 80% % van de studenten de definitie volledig vindt en dat bij de docenten met 50% beduidend minder is. Een mogelijke verklaring hiervoor is dat docenten kritischer zijn dan studenten.

In de vorige hoofdstuk heb je gelezen dat de helft van de respondenten van de docenten enquête aangaf dat ze over duurzaamheid doceren. Maar is dit hetzelfde beeld wat het bij studenten oproept? In de volgende vraag ‘in welke mate komt duurzaamheid aan bod in de lessen?’ krijgen we een idee.


In welke mate komt duurzaamheid aan bod in de lessen?

Het algemene beeld bij studenten is dat duurzaamheid nog weinig aan bod komt in de genoemde categorieën. Uit bovenstaande tabel blijkt dat voorbeelden, cases en projecten over duurzaamheid het vaakst voorkomt in de lessen met 30%, gevolgd door literatuur met 22%. Excursies naar duurzame organisaties komt weinig voor (9%). De Sustainable Development Goals (SDG’s) van de Verenigde Naties worden weinig gebruikt in de lessen (11%). Ook zijn er een aantal stellingen voorgelegd waarin studenten moeten aangeven in hoeverre ze het met de stelling eens of oneens zijn. Een van de stellingen gaat over hoe belangrijk duurzaamheid is voor hun carrière. Zie hieronder.

In bovenstaande grafiek geeft 44% van de studenten aan dat duurzaamheid momenteel een belangrijk thema is in de opleiding. Dit klinkt vrij positief, maar is van meerdere factoren afhankelijk bijvoorbeeld wat de studenten verstaan onder duurzaamheid, zoals bleek uit de eerste vraag. Verder onderzoek zou dit moeten uitwijzen. Bijna de helft (48%) wil meer onderwijs over duurzaamheid en bijna tweederde (66%) denkt dat duurzaamheid belangrijk is voor hun carrière. Deze drie stellingen laten zien dat studenten behoeften hebben aan meer onderwijs over duurzaamheid en tevens denken ze ook dat het van belang is voor hun toekomstige carrière.

Tenslotte zijn een paar stellingen voorgelegd over aanbod in de kantine, het recycling beleid en belangrijkheid van het thema duurzaamheid in algemene zin. Zie onderstaande scores. Ongeveer een derde van de respondenten vindt het aanbod van duurzame/biologische producten voldoende (met een forse score van 52% neutraal, kleur geel). Het recycling beleid wordt door 25% als duidelijk ervaren. Dat studenten duurzaamheid belangrijk vinden blijkt uit de forse response van 71%.

Conclusie

De response van studenten was niet evenredig verspreid over alle 11 opleidingen (mn. studenten CE, HRM en AMSIB). Met betrekking tot onderwijs gerelateerde onderwerpen valt ten eerste op dat 80% van de studenten de definitie van Brundlandt over duurzaamheid volledig vindt: bij docenten ligt de score met 50% veel lager. Ten tweede vinden studenten dat het thema duurzaamheid nog weinig aan bod komt in lessen. Dit komt ook uit de docent enquête naar voren. Ten derde valt op dat veel studenten (66%) denken dat duurzaamheid in in relatie tot hun carrière een belangrijk thema is.

Met betrekking tot de ‘bedrijfsvoering’ valt op dat het duurzaamheids- en recycling beleid van de HvA nog niet goed herkenbaar is. Dit geldt ook voor docenten. En bij algemene stelling dat duurzaamheid belangrijk is geeft 73% aan het hier mee eens te zijn.

Samenvattend roept dit het beeld op dat er zowel op het gebied van onderwijs maar ook op het terrein van de bedrijfsvoering van de HvA (en ook FMB) het nodige werk aan de winkel is om onderwijs en bedrijfsvoering substantieel te verduurzamen.